
Buitenlands accent reden voor afwijzing
Ze voldeed aan alle functie-eisen voor een meeloopstage bij een arbeidsintermediar, maar werd afgewezen vanwege haar gebrek aan ervaring (terwijl dit niet vereist werd in de vacature) en vanwege haar buitenlandse accent.
Verontwaardigd en vooral gekwetst diende de sollicitant een klacht in bij Meldpunt Discriminatie Amsterdam. Zij vertelde de klachtbehandelaar dat zij zeer verbaasd is over de afwijzingsreden aangezien zij slechts een licht accent heeft dat eerder voortkomt uit het feit dat zij in Amsterdam en Den Haag heeft gewoond, dan uit het feit dat zij van Surinaamse afkomst is.
Het meldpunt besluit de zaak voor te leggen aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Tijdens de zitting geeft de intermediar aan dat bij de sollicitant de indruk kan zijn gewekt dat bij haar afwijzing een buitenlands accent een rol kan hebben gespeeld en biedt hiervoor haar excuses aan. De intermediar heeft de medewerkster, die de gewraakte opmerking heeft gemaakt, terecht gewezen.
De CGB heeft ter zitting geconstateerd dat de sollicitant een uiterst licht, moeilijk te plaatsen accent heeft. De intermediar is ervan uitgegaan dat het om een buitenlands accent gaat. De CGB oordeelt dat de afkomst van de sollicitant een rechtstreekse rol heeft gespeeld bij de afwijzing en dat de intermediar direct onderscheid op grond van ras heeft gemaakt.
Het volledige oordeel 2005-233 is te lezen op de site van de CGB.

