
Hiv-positieve vrouw mag toch stagelopen
Renée is chronisch ziek. Zij heeft een uitkering, maar wil graag weer aan de slag. Zij heeft zich aangemeld voor bemiddeling door een instantie die samenwerkt met de gemeente. In het kader van een werkgelegenheidstraject in de kinderopvang heeft zij een gesprek met haar trajectbegeleidster. Renée vertelt uit zichzelf dat ze chronisch ziek is. De begeleidster vraag haar of zij mag weten wat voor ziekte zij heeft. Daar heeft Renée geen bezwaar tegen en zij vertelt haar dat zij hiv-positief is.
De trajectbegeleidster meldt haar dan dat het traject in de kinderopvang mogelijk niet doorgaat. Zij wil eerst onderzoeken of dit wel kan: mag een hiv-geïnfecteerde eigenlijk wel met kinderen werken en luiers verschonen? Ook zegt zij nog voor zij dit uitgezocht heeft, dat zij dan wel de ouders van de kinderen moet informeren dat Renée hiv-positief is en dat de ouders dan zouden moeten tekenen voor akkoord dat zij met hun kind werkt. Renée vertelt haar trajectmanager dat besmetting niet mogelijk is bij de verzorging van kinderen. Zelf is zij moeder en zij heeft ook een aantal jaar als gastouder gefungeerd.
Om de relatie met haar trajectbegeleidster goed te houden wil Renée zelf proberen de trajectbegeleidster te overtuigen om haar toe te laten tot de stage. Van het MDRA wil zij nu alleen weten wat haar rechten zijn. Mocht zij het zelf niet voor elkaar krijgen om tot de stage toegelaten te worden, dan kan het MDRA alsnog een klacht voor haar indienen.
Het MDRA vertelt Renée dat hiv aangemerkt is als chronische ziekte en daarmee onder de reikwijdte van de Wet Gelijke Behandeling op grond van chronische ziekte of handicap (WGBH/CZ) valt. De wet verbiedt het maken van onderscheid bij de arbeidsbemiddeling op grond van chronische ziekte bij het laten volgen van onderwijs, scholing en vorming tijdens of voorafgaand aan een arbeidsverhouding. Het volgen van een stage wordt gerekend tot de arbeid. Het MDRA gaat voor Renée ook op zoek naar specifieke informatie over hiv en werk.
Op de website van de Hiv vereniging Nederland (www.hivnet.org) vindt de medewerker van het MDRA precies wat zij zoekt: er wordt verwezen naar een nieuwe website speciaal voor iedereen met vragen over werk en hiv: www.positiefwerkt.nl. Op deze website is een schat aan informatie te vinden: zoals bijvoorbeeld wat vertel je bij een sollicitatie of aan collega’s. Er kan ook een gids worden gedownload. In deze gids wordt een wel heel toepasselijke zaak beschreven ‘casus peuterzaal’. In die casus vertelt een peuterleidster haar directeur in vertrouwen dat zij hiv-positief is. De directeur eist dan van haar dat zij iedereen hiervan op de hoogte brengt. In de gids valt daarover het volgende te lezen:
Er is geen verplichting anderen op de hoogte te stellen. De overheid heeft bepaald dat er op scholen of kinderdagverblijven geen bijzondere maatregelen hoeven te worden genomen voor een leidster of peuter met hiv. In het dagelijks leven op een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal loopt niemand risico op hiv. De Landelijke Coördinatiestructuur Infectiebestrijding heeft hierover een protocol opgesteld,
Iedereen die beroepshalve weet van een aandoening mag dit nooit zonder toestemming (van de persoon in kwestie) meedelen aan anderen. Schoolleiding en oudercommissie moeten van deze rechten op de hoogte zijn.
De medewerker van het MDRA stuurt de informatie door naar Renée. Renée leest alles door en neemt vervolgens contact op met haar trajectbegeleider, die zij informeert over de kennis die zij nu over het onderwerp heeft. Ook stuurt zij de trajectbegeleider de casus ‘peuterspeelzaal’.
Nadat de trajectbegeleidster e.e.a. gelezen heeft, neemt zij contact op met Renée. Zij biedt Renée haar excuses aan en vertelt haar dat zij haar volgende week zal bellen om te vertellen wanneer zij met haar stage in een kinderdagverblijf kan beginnen.

